De onderwijssystemen in Vlaanderen, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Wallonië verschillen allen licht van elkaar. We zetten de meest opvallende verschillen op een rij.
Structuur van het onderwijs in Frankrijk
Leerplicht:
Leerplicht voor iedereen van 6 tot en met 16 jaar.
Opbouw:
Ecoles maternelles (kleuteronderwijs):
Kleuters van 3 tot 6 jaar gaan naar de école maternelle (niet verplicht).
Ecoles primaires (lager onderwijs):
De leerplicht begint aan 6 jaar. Kinderen komen dan in de cours préparatoire (CP) terecht. Deze CP wordt ook wel de elfde klas genoemd: in Frankrijk start men in de elfde klas, om in de eerste klas (of terminale – het einde van het secundair onderwijs) te eindigen. Op de CP volgen nog 4 jaren binnen de école primaire: de tiende klas of cours élémentaire I (CE 1), de negende klas of cours élémentaire 2 (CE 2), de achtste klas of cours moyen 1 (CM 1) en de zevende klas of cours moyen 2 (CM 2).
Collège (eerste helft secundair onderwijs):
In de sixième (11-12 jaar) bestaat het lesprogramma voor iedereen uit Frans, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, Duits of Engels, muziek en kunst. In de cinquième (12-13 jaar) en quatrième (13-14 jaar) komen daar nog natuurkunde bij, en in de troisième (14-15 jaar) kunnen de leerlingen vakken kiezen met het oog op hun vervolgstudie: doorleren of naar het beroepsonderwijs. Na deze algemene vier jaar ontvangt men het diplôme national du brevet.
Lycée (tweede helft secundair onderwijs):
Het vervolg van hun middelbare studie volgen de leerlingen op het lycée. Er zijn drie richtingen binnen het driejarige lycée: een algemene opleiding op het lycée d’enseignement général , een technische opleiding op het lycée d’enseignement technologique en een beroepsgerichte opleiding op het lycée d’enseignement professionel (LEP) of een CFA (Centre de formation d’apprentis). Via de algemene en technische opleiding behalen de leerlingen een baccalauréat (le bac) général of technologique (drie jaar). Beide diploma’s geven toegang tot de universiteit. De beroepsgerichte opleiding geeft toegang tot hoger beroepsonderwijs.
Structuur van het onderwijs in het Verenigd Koninkrijk
Leerplicht:
Leerplicht voor iedereen van 5 tot en met 16 jaar.
Opbouw:
Primary school (basisonderwijs):
Bestaat uit infant schools en junior schools. Infant school (kleuteronderwijs): Het kleuteronderwijs start voor driejarigen. Kleuters blijven in de Infant school tot 6-7 jaar. In de laatste twee klassen van het kleuteronderwijs leren de kinderen lezen, schrijven en rekenen.
Junior school (lager onderwijs):
In de junior schools (7 tot 11 jaar) staat wiskunde, Engels, natuurkunde, geschiedenis, aardrijkskunde, muziek, plastische en lichamelijke opvoeding op het programma.
Secondary school (secundair onderwijs):
Er zijn grosso modo twee types algemene secundaire scholen: de Comprehensive schools en de Grammar Schools. Het eerste type scholen wordt door de overheid bestuurd en staat open voor alle leerlingen. Het tweede type is meer selectief: vroeger kregen enkel de leerlingen met hoge cijfers toegang. In enkele regio’s is dit nog steeds het geval. Techisch en beroepsgerichte opleidingen worden gegeven aan de technical schools of aan de secondary modern schools. Een groot deel van de zeventienjarige leerlingen verlaat de school en volgt een beroepsstage of gaat aan het werk. Anderen studeren verder in de sixth form als voorbereiding op het hoger onderwijs.
Structuur van het onderwijs in Nederland
Leerplicht:
Volledige leerplicht voor iedereen van 5 tot en met 16 jaar. Hierna is een leerling tot en met 18 jaar gedeeltelijk leerplichtig.
Opbouw:
Peuterspeelzaal (kleuteronderwijs):
De peuterspeelzaal is een schoolachtige inrichting waar peuters van twee of drie jaar enige uren per week kunnen verblijven. De inschrijving bij een peuterspeelzaal is niet verplicht.
Basisonderwijs (lager onderwijs):
Het basisonderwijs is bedoeld voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Hoewel het basisonderwijs gevolgd kan worden vanaf 4 jaar, is het kind pas vanaf de vijfde verjaardig leerplichtig. Voor kinderen met leerproblemen is daarnaast een overstap naar het speciaal onderwijs mogelijk.
Voortgezet onderwijs (secundair onderwijs):
Doel van het voortgezet onderwijs is de leerlingen voorbereiden op verschillende soorten vervolgonderwijs: een beroepsopleiding binnen het Middelbaar Beroeps Onderwijs (MBO) of Hoger Beroeps Onderwijs (HBO), of een wetenschappelijke opleiding aan de universiteit. Een diploma van het voortgezet onderwijs wordt op zich dus niet beschouwd als een startdiploma voor het beroepsleven. Het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO) is vergelijkbaar met het Vlaamse ASO. Het Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs (HAVO) komt overeen met het TSO in Vlaanderen. Het Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs (VMBO) kan met het Vlaamse BSO vergeleken worden. Binnen dit VMBO zijn er meer theoretisch en meer praktisch gerichte programma’s. Wanneer een VMBO-school een groot aantal leerlingen met leerachterstand telt, krijgt zij extra ondersteuning in het kader van het LWOO (Leerweg Ondersteunend Onderwijs).
Structuur van het onderwijs in Wallonië
Leerplicht:
Volledige leerplicht voor iedereen van 6 tot en met 18 jaar.
Opbouw:
Ecole maternelle (kleuteronderwijs):
Het kleuteronderwijs is niet verplicht, al wordt overwogen deze verplichting in te voeren voor de derde kleuterklas.
Ecole primaire (lager onderwijs):
Het basisonderwijs is bedoeld voor kinderen van 6 tot 12 jaar. Het laagste jaar heet première primaire, daarna deuxième primaire, enz. Na zes jaar behalen de leerlingen het certificat d'études de base.
Ecole secondaire (secundair onderwijs):
Na het tweede jaar secundair onderwijs, kiezen de leerlingen uit één van de drie volgende filières: filière générale (vergelijkbaar met het ASO), filière technique (TSO) en filière professionelle (BSO). Gezien de gelijklopende historische ontwikkeling, lijkt het onderwijssysteem in Franstalig België goed op het onderwijssysteem in Vlaanderen.